Zelf blijven doen

Zelfstandigheid en zelfredzaamheid zullen we zo veel mogelijk stimuleren ondanks de beperkingen die het ouder worden met zich mee brengt.
Wij betrekken de bewoners bij het dagelijkse huishouden; vanzelfsprekend alleen als ze daar zelf zin in hebben.
We zoeken daarin naar de juiste balans: steeds tijd nemen om de bewoner aandacht te geven, een beetje activeren en stimuleren,
altijd goede ideeën achter de hand hebben en goed kijken waar de bewoner plezier aan beleeft.
We bieden activiteiten aan die enerzijds gericht zijn op gezelligheid die deze activiteiten met zich meebrengen,
daarnaast gaat het ook om het prikkelen en stimuleren van de dingen die bewoners nog zelf kunnen doen.
De activiteiten zijn uiteraard afgestemd op persoonlijke wensen, mogelijkheden, de levensgeschiedenis en leefwereld van de bewoner.
Met onderstaande uitspraken illustreren we hoe wij naar het welbevinden in relatie tot het kleinschalig wonen kijken:

Kleinschalig wonen is:
... als er zelf gekookt wordt
... als er in principe sprake is van gemeenschappelijk eten
... als bewoners zelf boodschappen doen
... als bewoners participeren in de huishouding
... als je niet mee hoeft te doen
... als de bewoner kan kiezen wat hij/zij gemeenschappelijk doet en alleen
... als er veel ruimte is voor persoonlijke hobbys en liefhebberijen
... als de woonvorm een gezinssituatie is
... als een familielid zegt moeder is weer thuis
... als de familie mee kan helpen en mee kan eten
... als de wederzijdse families betrekkingen met elkaar aangaan.

Het wooncomfort is hoog, de dienstverlening uitgebreid. Alle zorg is en blijft volledig op maat. De bewoner houdt hierin zoveel mogelijk zelf de regie.
In samenspraak met de cliënt worden afspraken vastgelegd in het zorgplan wat onderdeel van het zorgdossier is.